
Citeer'Weg hier!' riep Iris. Er klonk een doffe knal en steenschilfers spatten op uit de ronde gebeeldhouwde plaat.
'Merda!' vloekte Dante en rende halsoverkop achter zijn moeder en Maya aan, de donkere vierkante opening in, die afgelijnd was met uitgehouwen stenen. Opeens was het stikdonker en Iris knipte haar lamp aan. Dante volgde al rennend het schijnsel in de duisternis. In de nauwe tunnel hingen gordijnen van dik spinrag, die in zijn haar kleefden en hij voelde harige spinnenlijven tegen zijn gezicht aan botsen.
Iris stopte en scheen de lamp op de twee jonge tieners. Dante kamde met zijn vingers vurig het spinrag uit zijn haar. Hij huiverde over zijn hele lijf en had het gevoel alsof de beestjes over zijn rug en in zijn nek kropen.
'Spinnen!' kreunde hij. 'Waarom altijd maar weer spinnen?'
Maya plukte zelf een van de diertjes van haar schouder en hield het in haar hand. De spin was donkerbruin en harig en ongeveer net zo groot als Maya's gespreide hand.
'Avicularia avicularia,' zei ze. 'Roodteenvogelspin. Ze zijn indrukwekkend, maar ongevaarlijk. Tenminste als je geen insect bent.' Ze lachte en zette het diertje toen voorzichtig op de grond. Dante zette een stap opzij toen de spin haastig voorbij krabbelde.
'Hou je niet van spinnen?' vroeg Maya.
'Uh... Niet als ze zo groot zijn als mijn gezicht.' Dante had helemaal geen probleem met de trilspinnetjes in de hoek van de kamer en zelfs niet met de uit de kluiten gewassen huisspinnen die zich in kelders of zolderkamers ophielden, maar deze beestjes waren hem toch een maatje te groot.


CiteerHet dier bewoog en wentelde zich traag heen en weer, zodat de resten van de schaal van hem af vielen. Net zoals de grootte van het ei had laten uitschijnen, was het diertje ongeveer zo groot als een duif of een konijn. De kinderen konden een kopje ontwaren, dat ook veel gelijkenis vertoonde met een vleermuis. De kop had twee grote, spitse oren, een snuit en twee ronde ogen, die weliswaar nog gesloten waren. In tegenstelling tot een vleermuis had dit diertje echter geen vleugels, maar vier kleine pootjes en een lange pluizige staart als een kat. De drie tieners waagden zich voorzichtig weer dichterbij.
'Zoiets heb ik nog nooit gezien', zei Yandra zacht.
'Moeilijk te geloven dat dit het geheim van het galjoen is', fluisterde Lissanda en ze probeerde voorzichtig met een uitgestrekte wijsvinger het diertje te aaien. De voorpootjes leken op de poten van een knaagdier, met vingers en een duim, waarmee het dingen kon vastgrijpen. Toen Lissanda
het rimpelige diertje aanraakte, sloot een klauwtje zich om haar uitgestrekte wijsvinger.
'Pas op! Misschien bijt het!' waarschuwde Yandra.
'Nee', zei Liss, want op de een of andere manier wist ze zeker dat het diertje dat niet zou doen.
Haar vinger streelde over natte, verkleefde haren. 'Het heeft een vacht.'
'Het zal vast nog groeien', zei Yandra. 'Het is nog maar net uit het ei gekomen.'
'In ieder geval ziet het er niet uit als een roofdier dat nuttig zou zijn voor Vernalia in de oorlog', zei Valdemar een beetje teleurgesteld.




CiteerEr lagen twee waterkruiken aan hun voeten in de laadbak en onder de bank lagen hun wapens. De hoop groeide dat de Cycloop dan toch de waarheid had gesproken en hen de vrijheid zou geven, maar waarom liet hij hen dan niet gewoon gaan en waarom waren ze vastgeketend? Toen ze naar de startbaan draaiden, zagen de jongens ineens een wit pelsdiertje uit het dorre gras tevoorschijn springen.
'Bliksem!' riep Mattia dolgelukkig.
De wasbeer had zijn baasje herkend en begon heel hard te rennen, maar de auto versnelde en hij zou al snel moeten opgeven.
'Lopen, Bliksem!' riep Mattia zo hard hij kon.
'Lopen, Bliksem!' moedigde Boran het wasbeertje aan. Het diertje hupte snel en lenig achter de Jeep aan, maar dreigde uitgeput te raken. Zijn rennende pootjes waren bijna een waas onder het pluizige lijfje en Boran zag nu pas echt waarom Mattia hem Bliksem had genoemd.
Maar ook een bliksemschicht duurt maar heel even en de wasbeer verzwakte zienderogen en verloor meer en meer terrein. Toen minderde de Jeep vaart om de weg op te draaien naar de bewaakte poort en Bliksem zag zijn kans. Met een laatste uitbarsting van energie zette het diertje de sprint erin en net voordat de auto weer versnelde, nam hij een fantastische sprong, waardoor hij tussen Mattia's benen in de laadbak belandde. Meteen sprong het diertje hijgend op zijn lachende baasje en begon uitgebreid zijn gezicht te likken.
'Ik wist niet eens dat wasberen zo snel konden rennen,' lachte Boran.
'Dat is omdat de meeste wasberen geen reden hebben om te rennen,' antwoordde Mattia.
