


CiteerEr lagen twee waterkruiken aan hun voeten in de laadbak en onder de bank lagen hun wapens. De hoop groeide dat de Cycloop dan toch de waarheid had gesproken en hen de vrijheid zou geven, maar waarom liet hij hen dan niet gewoon gaan en waarom waren ze vastgeketend? Toen ze naar de startbaan draaiden, zagen de jongens ineens een wit pelsdiertje uit het dorre gras tevoorschijn springen.
'Bliksem!' riep Mattia dolgelukkig.
De wasbeer had zijn baasje herkend en begon heel hard te rennen, maar de auto versnelde en hij zou al snel moeten opgeven.
'Lopen, Bliksem!' riep Mattia zo hard hij kon.
'Lopen, Bliksem!' moedigde Boran het wasbeertje aan. Het diertje hupte snel en lenig achter de Jeep aan, maar dreigde uitgeput te raken. Zijn rennende pootjes waren bijna een waas onder het pluizige lijfje en Boran zag nu pas echt waarom Mattia hem Bliksem had genoemd.
Maar ook een bliksemschicht duurt maar heel even en de wasbeer verzwakte zienderogen en verloor meer en meer terrein. Toen minderde de Jeep vaart om de weg op te draaien naar de bewaakte poort en Bliksem zag zijn kans. Met een laatste uitbarsting van energie zette het diertje de sprint erin en net voordat de auto weer versnelde, nam hij een fantastische sprong, waardoor hij tussen Mattia's benen in de laadbak belandde. Meteen sprong het diertje hijgend op zijn lachende baasje en begon uitgebreid zijn gezicht te likken.
'Ik wist niet eens dat wasberen zo snel konden rennen,' lachte Boran.
'Dat is omdat de meeste wasberen geen reden hebben om te rennen,' antwoordde Mattia.

CiteerDe hengst liep opnieuw rond langs de afsluiting. Sander had er genoeg van en toen het paard weer op hem af draafde, bleef hij staan.
'Hij is gek!' hoorde hij Nuk zeggen.
Misschien ben ik dat ook wel, dacht Sander. Hij verzamelde al zijn moed en probeerde de blik van het aanstormende dier te vangen.
De hengst minderde geen vaart en bleef met dezelfde snelheid op hem af donderen. Hun ogen ontmoetten elkaar. Sander stak zijn arm uit en bleef de hengst recht in de ogen kijken. Nog vijf meter ... vier ... Sander zag de grote paardenogen en keek recht naar binnen in de duisternis van de paardenziel. Even leek het alsof ze elkaars gedachten konden lezen. Een zeldzaam moment waarop mens en dier elkaar aanvoelen en begrijpen.
De galop van de hengst verloor zijn ritme en het paard strompelde, struikelde en schoof met zijn hoeven door het stof tot hij vlak voor Sander tot stilstand kwam. De jongen bleef het dier recht in zijn ogen staren, glimlachte en reikte zijn hand iets verder uit, tot hij de ruwe haren en de warmte van het paardenlichaam voelde. Voorzichtig aaide hij de hengst over zijn hals. Het was een dier, maar toch zag Sander intelligentie in die grote ogen. Intelligentie en begrip, alsof de hengst begreep dat ze allebei gevangenen waren.
'Laat me op je rijden,' fluisterde Sander.

Gemeenschapscentrum Hof ten Hemelrijk
Kloosterstraat 7
1745 Opwijk
