

CiteerDe Dunstrische wachten waren bij de ingang van de koninklijke citadel verzameld en de bevelhebber baande voor zichzelf en Caldric een weg door de soldaten.
De grote statige hal was een ware ravage. De poort lag op de grond, de wandtapijten waren door de luchtverplaatsing van de muren gerukt en daar waar Vonkjes staart even uit de bocht was gegaan, waren hele stukken van de muur naar beneden gekomen.
Caldric zag het enorme, geschubde lijf van de draak in de troonzaal en hoopte dat het dier de adviseur niet had geroosterd. Het zou een stuk van zijn plezier bederven.
Maar Lystar stond nog steeds op dezelfde plek en Vonkje hield hem in het oog als een valk die naar een veldmuis loert. De kroon stond nog op Lystars hoofd – schots en scheef als de muts op het hoofd van een kleine jongen – , want telkens wanneer hij zijn hand naar zijn hoofd bracht om de kroon af te zetten, begon de draak vervaarlijk te grommen en dampten er witte wolkjes uit zijn neusgaten.
Voor het eerst zag Caldric opluchting op het kille gezicht van Lystar toen hij samen met kapitein Kalvaran de troonzaal betrad.
'Een nieuw vriendje gemaakt, Lystar?'
'Jij schurftige hond!' schreeuwde Lystar. 'Roep je draak terug of ik laat hem aan een speer rijgen!'
Maar Caldric grijnsde alleen maar gezapig en zei: 'Dit is niet mijn draak. Bovendien zou ik maar oppassen wat ik deed. Draken hebben de neiging om de hele inhoud van hun methaanblaas te ledigen wanneer ze sterven – een vurige dood als u het mij vraagt.'


Citeer'Weg hier!' riep Iris. Er klonk een doffe knal en steenschilfers spatten op uit de ronde gebeeldhouwde plaat.
'Merda!' vloekte Dante en rende halsoverkop achter zijn moeder en Maya aan, de donkere vierkante opening in, die afgelijnd was met uitgehouwen stenen. Opeens was het stikdonker en Iris knipte haar lamp aan. Dante volgde al rennend het schijnsel in de duisternis. In de nauwe tunnel hingen gordijnen van dik spinrag, die in zijn haar kleefden en hij voelde harige spinnenlijven tegen zijn gezicht aan botsen.
Iris stopte en scheen de lamp op de twee jonge tieners. Dante kamde met zijn vingers vurig het spinrag uit zijn haar. Hij huiverde over zijn hele lijf en had het gevoel alsof de beestjes over zijn rug en in zijn nek kropen.
'Spinnen!' kreunde hij. 'Waarom altijd maar weer spinnen?'
Maya plukte zelf een van de diertjes van haar schouder en hield het in haar hand. De spin was donkerbruin en harig en ongeveer net zo groot als Maya's gespreide hand.
'Avicularia avicularia,' zei ze. 'Roodteenvogelspin. Ze zijn indrukwekkend, maar ongevaarlijk. Tenminste als je geen insect bent.' Ze lachte en zette het diertje toen voorzichtig op de grond. Dante zette een stap opzij toen de spin haastig voorbij krabbelde.
'Hou je niet van spinnen?' vroeg Maya.
'Uh... Niet als ze zo groot zijn als mijn gezicht.' Dante had helemaal geen probleem met de trilspinnetjes in de hoek van de kamer en zelfs niet met de uit de kluiten gewassen huisspinnen die zich in kelders of zolderkamers ophielden, maar deze beestjes waren hem toch een maatje te groot.
